
Voor een EEG krijg je kleine elektroden op je hoofd. In die elektroden zitten kleine meetapparaatjes die elektrische stroompjes in je hersenen registreren. Die elektroden pikken die stroompjes op en sturen ze door naar een computer. De computer maakt er een grafiek van. Met heel veel kleine elektroden kan je van heel veel kleine hersengebieden zien wanneer ze actief zijn. Met zo’n EEG kan je dus ook kijken of de hersenen van dyslectische mensen andere dingen doen dan hersenen van niet-dyslectische mensen.