Het licht

Probeer zo veel mogelijk buiten te draaien. Daar is het licht altijd het mooist en bovendien is er altijd genoeg. Ga je binnen draaien in een donkere ruimte, dan moet de belichter aan de slag. Zorg dat je zoveel mogelijk kleine losse lampjes hebt en een stekkerblok met veel snoer. Zo kun je de lampen neerzetten waar je maar wilt.

 

Lichttips:

1Kijk met de cameraman/vrouw mee om te zien waar hij/zij z'n camera op richt. Dan weet je precies waar je de lampen op moet richten.
2 Als je lichten neerzet, dan krijg je ook schaduwen. Als je al het licht van één kant laat komen dan krijg je zogenaamde 'slagschaduwen' en dat is niet zo mooi. Als je aan de andere kant ook een lamp neerzet kun je die schaduw weer opheffen. Blijf net zo lang schuiven tot je zo weinig mogelijk schaduwen hebt.
3 Zorg er voor dat er geen lampen recht in de camera schijnen want dan ziet de camera niks meer.
4 Flinke zaklampen zijn superhandig. Je kunt er mooi mee richten en ze zitten niet aan een snoer vast dus je kunt er alle kanten mee op.
5 Als je in een kamer met ramen draait, draai dan altijd met je rug naar de ramen. Als je namelijk naar de ramen toe draait krijg je last van 'tegenlicht'. Het verschil tussen het daglicht (buiten) en het kunstlicht (binnen) is zo groot dat de camera het niet in beeld kan brengen. Het lijkt dan net alsof het binnen veel te donker is.